Artikelen

Niet alles hoeft opgelost te zijn
Over losse eindjes, afscheid en rouw – een gesprek met Diana Stassen voor Carend.
Door Ellis Middelhuis
“We willen het afscheid perfect doen,” zegt levenseinde doula en opleider Diana Stassen. “Mensen denken daarbij al snel dat alles nog uitgesproken of opgelost moet worden. Terwijl het leven meestal niet zo werkt.”
Rondom sterven kunnen oude pijn, schuldgevoelens of ingewikkelde relaties opnieuw voelbaar worden. Juist in een periode waarin emoties dichter aan de oppervlakte liggen, ontstaat soms de behoefte om nog iets recht te zetten voordat iemand overlijdt. Als dat lukt is dat heel mooi, maar niet alles laat zich oplossen. En volgens Diana hoeft dat ook niet altijd.
Diana werkte jarenlang als palliatief wijkverpleegkundige. Toen ze merkte dat protocollen steeds vaker belangrijker werden dan de aandacht voor mensen zelf, besloot ze een andere weg in te slaan. Ze richtte Ster in Zorg op, een opleidingsinstituut voor Stervensgoed® levenseinde doula’s. In haar werk begeleidt ze mensen rondom sterven, afscheid en rouw. Wat haar daarin blijft raken, zijn de menselijke processen die zichtbaar worden wanneer het eind in zicht komt
“Bij geboorte zijn er allerlei rituelen en momenten van aandacht,” zegt ze. “Waarom hebben we die rondom sterven eigenlijk veel minder? De dood is net zo een belangrijke overgang in een mensenleven.”
Oude patronen in de laatste levensfase
Wanneer Diana spreekt over losse eindjes, bedoelt ze niet alleen praktische zaken. Het gaat juist vaak over relaties. Over woorden die nooit uitgesproken zijn, oud zeer binnen families of gevoelens die jarenlang onder de oppervlakte zijn gebleven.
“Rouwen terwijl iets niet opgelost is, kan zwaar zijn,” vertelt ze.
Volgens Diana komen oude patronen in de laatste levensfase soms sterker naar voren. Mensen worden kwetsbaarder, emotioneler en sneller geraakt. Dat kan leiden tot confrontaties, maar ook tot stiltes. Ze ziet regelmatig dat mensen elkaar proberen te beschermen. Kinderen willen hun ouders niet belasten, partners houden gevoelens voor zichzelf en ook de stervende probeert soms de omgeving te sparen. Juist daardoor blijven belangrijke dingen ongezegd.
Juist boosheid krijgt aan een sterfbed niet altijd ruimte.
“Mensen denken vaak dat boosheid daar niet mag bestaan,” zegt Diana. “Terwijl boosheid óók liefde of machteloosheid kan zijn.” Volgens haar helpt het wanneer emoties er mogen zijn, zonder dat ze meteen opgelost hoeven te worden. “Verdriet, schaamte en boosheid — het hoort allemaal bij afscheid.”
Toch benadrukt Diana dat vrede niet hetzelfde is als alles oplossen.
“Als levenseinde doula’s zijn we er niet om alles op te lossen. Sommige dingen kunnen ook niet meer opgelost worden. Het gaat erom dat er ruimte komt voor wat er is.”
Kijken naar het geheel
In de podcast Stervensgoed interviewt Diana Suzanne Pons, zelf ook Stervensgoed® levenseinde doula en opgeleid door Diana. Suzanne vertelt daarin over het onverwachte overlijden van haar vader. Ze had een hechte band met hem en wanneer er spanning was, spraken ze dat meestal dezelfde dag nog uit. Eén keer gebeurde dat niet. Het was geen groot conflict, maar een gesprek dat bleef liggen omdat ze dachten dat het later nog wel zou komen. Kort daarna overleed haar vader onverwacht.
Dat laatste onafgemaakte moment bleef Suzanne bezighouden. Later realiseerde ze zich dat haar relatie met haar vader niet bepaald werd door die ene situatie, maar door het grotere geheel van liefde, vertrouwen en contact tussen hen.
Diana herkent dat vaker bij nabestaanden. Mensen kunnen blijven hangen in een moment vlak voor het overlijden, terwijl een relatie uit veel meer bestaat dan de laatste dagen of weken.
Wat is een goed afscheid?
Wat een goed afscheid is, verschilt volgens Diana per situatie. Er is niet altijd ruimte voor gesprekken of verzoening en sommige dingen blijven onaf wanneer iemand overlijdt. Toch kan een afscheid veel betekenis hebben. “Het gaat er uiteindelijk niet om dat alles opgelost is,” zegt Diana. “Maar dat mensen zich gezien voelen in wat er is.”
”Een belangrijk deel van Diana’s werk bestaat uit uitleg geven over het stervensproces. “Dat geeft rust,” zegt ze. “Veel mensen weten niet goed wat er gebeurt wanneer iemand gaat sterven.”
Voor naasten kan het bijvoorbeeld moeilijk zijn wanneer iemand geen trek meer heeft in eten of drinken. We koppelen zorg vaak aan eten geven, terwijl minder eten of drinken in de stervensfase juist bij het proces kan horen.
Diana vertelt over een dochter die haar vader graag wilde laten eten, terwijl hij al zo ver in het stervensproces was dat zijn lichaam daar geen behoefte meer aan had. “Voor haar stond eten voor leven,” vertelt Diana. “Het stoppen met eten voelde voor haar alsof ze haar vader moest loslaten.”
Door daar samen over te praten, ontstond meer begrip voor wat er onder die zorg lag: verdriet en machteloosheid rondom het naderende afscheid.
“Wanneer mensen begrijpen wat er lichamelijk gebeurt, ontstaat inzicht en dit geeft vaak rust.”
Volgens Diana gaat begeleiding rondom het levenseinde niet alleen over lichamelijke zorg, maar ook over aandacht voor de mens daarachter. “Hoe wil iemand zich voelen? Wat heeft iemand nodig? Niet alleen praktisch, maar ook emotioneel en spiritueel.”
Kleine rituelen kunnen daarin betekenisvol zijn. Een kaars aansteken, samen muziek luisteren of bewust stilstaan bij wat iemand wil nalaten. “We zijn veel rituelen kwijtgeraakt,” zegt Diana. “Terwijl juist die kleine dingen houvast kunnen geven.”
Bewust afscheid nemen
Ondanks alle moeilijke emoties ziet Diana ook veel mooie momenten ontstaan. Mensen die geconfronteerd worden met de dood, gaan volgens haar vaak bewuster leven. Ze voelen scherper wat werkelijk belangrijk is en welke gesprekken of relaties aandacht nodig hebben.
Juist daarom pleit ze ervoor om eerder met elkaar in gesprek te gaan. “Wat zou het mooi zijn als er ruimte is voor dat laatste gesprek. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor de naasten.”
Volgens Diana verdwijnen losse eindjes niet altijd. Maar wanneer er ruimte ontstaat voor gevoelens, gesprekken of erkenning, kijken mensen vaak met meer rust terug op een afscheid.
“Het hoeft niet perfect te zijn,” zegt ze. “Juist in je menselijkheid ontmoet je elkaar”

Adelheid Roosen over De Stoet: “Rouw vraagt niet om de juiste woorden, maar om nabijheid”
Interview voor Carend door Ellis Middelhuis
Een rouwstoet midden in het leven
Voor Adelheid Roosen begon De Stoet als een concreet verlangen: opnieuw een rouwstoet door de stad zien trekken. Niet verscholen aan de rand van het dagelijks leven, maar zichtbaar in het hart ervan. Een stoet die de stad even stilzet, vertraagt en ruimte maakt voor afscheid. Precies daarin schuilt voor haar de betekenis: de dood krijgt een plaats midden in het leven.
Juist die verstilling raakt haar diep. “De vertraging vind ik ongelooflijk mooi,” vertelt ze. “Ik zie mensen stoppen en eer betonen.” In zo’n korte onderbreking van het alledaagse ontstaat iets bijzonders: collectieve aandacht, stilte en erkenning.
Een persoonlijk vertrekpunt
Dat verlangen kreeg voor Roosen al eerder betekenis bij het overlijden van haar moeder. De uitvaartondernemer liet haar zien hoeveel ruimte er is om een afscheid zelf vorm te geven: hoe lang je bijvoorbeeld voor of achter een rouwauto mag lopen en welke keuzes daarbij mogelijk zijn. “Die grenzen heb ik me goed laten uitleggen en die heb ik maximaal opgerekt,” zegt ze. Zo ontstond een afscheid dat afweek van de standaard. Tegelijk riep het herinneringen op aan hoe een rouwstoet vroeger door een straat of dorp trok, terwijl omstanders uit eerbied stilhielden of zich aansloten.
Voor Roosen zit daarin iets wezenlijks. Rouw is persoonlijk, en tegelijk raakt ze aan iets wat we met elkaar delen. “Er zit in ieder mens rouw,” zegt ze. “In ieder mens zit het verlangen om geliefd te zijn.” Juist daarom kan de rouw van een ander iets aanraken in jezelf. Een oud verdriet. Een gemis. Een liefde die nog altijd doorwerkt.
Rouw als gedeelde ervaring
De Stoet is niet alleen een voorstelling over afscheid, maar ook over gemeenschap: over wat er gebeurt wanneer mensen samen lopen, samen kijken en samen stilstaan. In Amsterdam Nieuw-West krijgt dat een extra betekenislaag. De voorstelling beweegt van Nieuw-West naar West en brengt mensen uit uiteenlopende gemeenschappen bijeen: mensen met een moslimachtergrond, mensen uit de queercommunity, spelers met wortels uit diverse werelddelen, musici en bewoners. Juist die verscheidenheid raakt Roosen. “Iedereen heeft een ander pad afgelegd,” zegt ze. “En iedereen draagt op verschillende plekken rouw met zich mee. Dat zit allemaal bij elkaar. Dat vind ik echt ontroerend.”
Kunst, dood en nabijheid
Roosen schuwt de dood niet in haar werk, integendeel. In meerdere projecten onderzocht ze sterven, rouw en nabijheid. Ze maakte werk over haar moeder met dementie, over overleden vrienden en over mensen die haar toelieten in hun meest kwetsbare proces. Altijd vanuit liefde. “Buddy zijn bij iemand die sterft, dat is een liefdesproces,” zegt ze.
Ook in De Stoet is die nabijheid voelbaar. Hoofdpersoon Sascha Müller leeft met een ongeneeslijke ziekte en oefent, onder regie van Katrien van Beurden, in zekere zin zijn eigen begrafenisstoet. Dat klinkt zwaar, maar bij Roosen staan dood en leven nooit los van elkaar. Juist de dood kan de ervaring van het leven verdiepen. “De nabijheid van de dood maakt het leven scherper, inniger en dieper voelbaar”.
Voor Roosen is kunst een plek waar taal opnieuw kan gaan spreken. Juist rond ziekte, rouw en sterven gebruiken we vaak zinnen die houvast geven, maar soms hun zeggingskracht verliezen. In kunst krijgen woorden de ruimte om opnieuw gerangschikt te worden, zodat ze weer gaan spreken.
“Je kan taal opnieuw ordenen,” zegt ze. “Opnieuw rangschikken om haar weer te vullen met zichzelf.”
Als voorbeeld noemt ze de ondertitel van haar film over haar moeder met Alzheimer: Ik zie haar niet verdwijnen. Ik zie haar tevoorschijn komen. Die zin opent een andere manier van kijken. De ziekte wordt niet ontkend, het verlies ook niet. Maar naast het verdwijnen komt iets anders in beeld: wie iemand nog is, hoe iemand verschijnt, hoe liefde aanwezig blijft.
Wat Roosen met haar werk wil, noemt ze liever geen boodschap. Ze wil niet voorschrijven wat mensen moeten voelen of denken, maar iets aanraken. Een beeld, een zin of een beweging kan iets in iemand wakker maken dat misschien al aanwezig was.
De uitnodiging om te blijven
Roosen benoemt één thema nadrukkelijk: onze verlegenheid rond rouw en sterven. Mensen zoeken vaak naar woorden of naar een houding die past. “Door die verlegenheid stop je,” zegt Roosen. “En ongewild laat je de mens met dementie, de mens met rouw, of de mens die met sterven bezig is, alleen.”
Misschien is dat wel de meest invoelende uitnodiging van De Stoet: niet wegblijven. Niet wachten tot je de juiste woorden hebt. Niet denken dat nabijheid perfect moet zijn. Maar, strompelend en onhandig, met tranen of stilte, een stap naar voren zetten.
Rouw vraagt om iemand die blijft staan. Die meeloopt. Die kijkt, luistert en aanwezig blijft. Juist daar, in dat kwetsbare gebied tussen leven en afscheid, kan nabijheid ontstaan. Niet groots of volmaakt, maar menselijk. Van mens tot mens.
Met dank aan Adelheid Roosen

Over twee woorden die mij werden meegegeven.
Afgelopen week volgde ik een schrijfretraite bij Hanny Kuijer in het Dominicanenklooster in Huissen. Een week van verstilling, schrijven, ontmoeting en vertragen. Een week waarin ruimte ontstond voor wat zich wilde laten zien. Zonder iets te hoeven. Zonder een doel te hoeven bereiken. Gewoon zijn.
Aan het einde van de retraite kreeg iedere deelnemer een woord of een paar woorden mee. Van Hanny ontving ik twee woorden:
Levende liefde.
Sindsdien resoneren ze in mij. Als een uitnodiging om stil te staan bij wat deze woorden voor mij betekenen.
Wat is voor mij levende liefde?
Voor mij gaat levende liefde niet alleen over liefde tussen mensen. Het gaat over een manier van leven. Over liefde voor mezelf, liefde voor de ander en liefde voor de mensheid. Over leven vanuit verbondenheid en zachtheid, juist wanneer het leven anders loopt dan gehoopt. Misschien is levende liefde wel de rode draad in mijn leven.
De afgelopen tijd merk ik dat er veel verandert. Vriendschappen verschuiven. Behoeften veranderen. En ik verander zelf ook.
Steeds meer voel ik dat ik niet langer wil pleasen. Niet langer voortdurend wil aanpassen om verbinding te behouden. Ik verlang naar echtheid. Naar wederkerigheid. Naar mensen bij wie ik mezelf kan zijn. Naar verbinding waarin ruimte is voor diepgang en kwetsbaarheid.
Dat vraagt moed. Want loslaten betekent ook dat je soms een tijdlang niet weet wat ervoor terugkomt.
Er is een verschil tussen eenzaamheid en alleenheid. Alleenheid ervaar ik niet alleen als een gemis, maar ook als een tussenruimte. Een fase van niet-weten. Van loslaten wat was en nog niet weten wat komt.
Juist in die tussenruimte ontdek ik steeds meer wat werkelijk belangrijk is.
Niet langer mezelf kwijtraken in verwachtingen van anderen.
Niet langer aanpassen aan de ander.
Maar leven vanuit verbinding. Met mezelf, met de ander en met wat betekenis geeft.
Er is één ding dat ik inmiddels zeker weet:
Levende liefde is mijn basis.
Rouw en verlies, Zingeving, Diepgang, Verbondenheid, Levende liefde.
Waarden die als een rode draad door mijn leven lopen. In mijn werk, in mijn ontmoetingen en in de verhalen die ik mag optekenen.
Misschien is levende liefde uiteindelijk niets anders dan thuiskomen bij jezelf, zodat liefde niet iets wordt waarnaar je zoekt, maar iets van waaruit je leeft.
Levende liefde. Twee woorden die ik van Hanny ontving. Twee woorden die misschien al veel langer in mij aanwezig waren, wachtend om gezien, gehoord en geleefd te worden.



stuur door
website maken