Artikelen

Niet alles hoeft opgelost te zijn
Over losse eindjes, afscheid en rouw – een gesprek met Diana Stassen voor Carend.
Door Ellis Middelhuis
“We willen het afscheid perfect doen,” zegt levenseinde doula en opleider Diana Stassen. “Mensen denken daarbij al snel dat alles nog uitgesproken of opgelost moet worden. Terwijl het leven meestal niet zo werkt.”
Rondom sterven kunnen oude pijn, schuldgevoelens of ingewikkelde relaties opnieuw voelbaar worden. Juist in een periode waarin emoties dichter aan de oppervlakte liggen, ontstaat soms de behoefte om nog iets recht te zetten voordat iemand overlijdt. Als dat lukt is dat heel mooi, maar niet alles laat zich oplossen. En volgens Diana hoeft dat ook niet altijd.
Diana werkte jarenlang als palliatief wijkverpleegkundige. Toen ze merkte dat protocollen steeds vaker belangrijker werden dan de aandacht voor mensen zelf, besloot ze een andere weg in te slaan. Ze richtte Ster in Zorg op, een opleidingsinstituut voor Stervensgoed® levenseinde doula’s. In haar werk begeleidt ze mensen rondom sterven, afscheid en rouw. Wat haar daarin blijft raken, zijn de menselijke processen die zichtbaar worden wanneer het eind in zicht komt
“Bij geboorte zijn er allerlei rituelen en momenten van aandacht,” zegt ze. “Waarom hebben we die rondom sterven eigenlijk veel minder? De dood is net zo een belangrijke overgang in een mensenleven.”
Oude patronen in de laatste levensfase
Wanneer Diana spreekt over losse eindjes, bedoelt ze niet alleen praktische zaken. Het gaat juist vaak over relaties. Over woorden die nooit uitgesproken zijn, oud zeer binnen families of gevoelens die jarenlang onder de oppervlakte zijn gebleven.
“Rouwen terwijl iets niet opgelost is, kan zwaar zijn,” vertelt ze.
Volgens Diana komen oude patronen in de laatste levensfase soms sterker naar voren. Mensen worden kwetsbaarder, emotioneler en sneller geraakt. Dat kan leiden tot confrontaties, maar ook tot stiltes. Ze ziet regelmatig dat mensen elkaar proberen te beschermen. Kinderen willen hun ouders niet belasten, partners houden gevoelens voor zichzelf en ook de stervende probeert soms de omgeving te sparen. Juist daardoor blijven belangrijke dingen ongezegd.
Juist boosheid krijgt aan een sterfbed niet altijd ruimte.
“Mensen denken vaak dat boosheid daar niet mag bestaan,” zegt Diana. “Terwijl boosheid óók liefde of machteloosheid kan zijn.” Volgens haar helpt het wanneer emoties er mogen zijn, zonder dat ze meteen opgelost hoeven te worden. “Verdriet, schaamte en boosheid — het hoort allemaal bij afscheid.”
Toch benadrukt Diana dat vrede niet hetzelfde is als alles oplossen.
“Als levenseinde doula’s zijn we er niet om alles op te lossen. Sommige dingen kunnen ook niet meer opgelost worden. Het gaat erom dat er ruimte komt voor wat er is.”
Kijken naar het geheel
In de podcast Stervensgoed interviewt Diana Suzanne Pons, zelf ook Stervensgoed® levenseinde doula en opgeleid door Diana. Suzanne vertelt daarin over het onverwachte overlijden van haar vader. Ze had een hechte band met hem en wanneer er spanning was, spraken ze dat meestal dezelfde dag nog uit. Eén keer gebeurde dat niet. Het was geen groot conflict, maar een gesprek dat bleef liggen omdat ze dachten dat het later nog wel zou komen. Kort daarna overleed haar vader onverwacht.
Dat laatste onafgemaakte moment bleef Suzanne bezighouden. Later realiseerde ze zich dat haar relatie met haar vader niet bepaald werd door die ene situatie, maar door het grotere geheel van liefde, vertrouwen en contact tussen hen.
Diana herkent dat vaker bij nabestaanden. Mensen kunnen blijven hangen in een moment vlak voor het overlijden, terwijl een relatie uit veel meer bestaat dan de laatste dagen of weken.
Wat is een goed afscheid?
Wat een goed afscheid is, verschilt volgens Diana per situatie. Er is niet altijd ruimte voor gesprekken of verzoening en sommige dingen blijven onaf wanneer iemand overlijdt. Toch kan een afscheid veel betekenis hebben. “Het gaat er uiteindelijk niet om dat alles opgelost is,” zegt Diana. “Maar dat mensen zich gezien voelen in wat er is.”
”Een belangrijk deel van Diana’s werk bestaat uit uitleg geven over het stervensproces. “Dat geeft rust,” zegt ze. “Veel mensen weten niet goed wat er gebeurt wanneer iemand gaat sterven.”
Voor naasten kan het bijvoorbeeld moeilijk zijn wanneer iemand geen trek meer heeft in eten of drinken. We koppelen zorg vaak aan eten geven, terwijl minder eten of drinken in de stervensfase juist bij het proces kan horen.
Diana vertelt over een dochter die haar vader graag wilde laten eten, terwijl hij al zo ver in het stervensproces was dat zijn lichaam daar geen behoefte meer aan had. “Voor haar stond eten voor leven,” vertelt Diana. “Het stoppen met eten voelde voor haar alsof ze haar vader moest loslaten.”
Door daar samen over te praten, ontstond meer begrip voor wat er onder die zorg lag: verdriet en machteloosheid rondom het naderende afscheid.
“Wanneer mensen begrijpen wat er lichamelijk gebeurt, ontstaat inzicht en dit geeft vaak rust.”
Volgens Diana gaat begeleiding rondom het levenseinde niet alleen over lichamelijke zorg, maar ook over aandacht voor de mens daarachter. “Hoe wil iemand zich voelen? Wat heeft iemand nodig? Niet alleen praktisch, maar ook emotioneel en spiritueel.”
Kleine rituelen kunnen daarin betekenisvol zijn. Een kaars aansteken, samen muziek luisteren of bewust stilstaan bij wat iemand wil nalaten. “We zijn veel rituelen kwijtgeraakt,” zegt Diana. “Terwijl juist die kleine dingen houvast kunnen geven.”
Bewust afscheid nemen
Ondanks alle moeilijke emoties ziet Diana ook veel mooie momenten ontstaan. Mensen die geconfronteerd worden met de dood, gaan volgens haar vaak bewuster leven. Ze voelen scherper wat werkelijk belangrijk is en welke gesprekken of relaties aandacht nodig hebben.
Juist daarom pleit ze ervoor om eerder met elkaar in gesprek te gaan. “Wat zou het mooi zijn als er ruimte is voor dat laatste gesprek. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor de naasten.”
Volgens Diana verdwijnen losse eindjes niet altijd. Maar wanneer er ruimte ontstaat voor gevoelens, gesprekken of erkenning, kijken mensen vaak met meer rust terug op een afscheid.
“Het hoeft niet perfect te zijn,” zegt ze. “Juist in je menselijkheid ontmoet je elkaar”

Adelheid Roosen over De Stoet: “Rouw vraagt niet om de juiste woorden, maar om nabijheid”
Interview voor Carend door Ellis Middelhuis
Een rouwstoet midden in het leven
Voor Adelheid Roosen begon De Stoet als een concreet verlangen: opnieuw een rouwstoet door de stad zien trekken. Niet verscholen aan de rand van het dagelijks leven, maar zichtbaar in het hart ervan. Een stoet die de stad even stilzet, vertraagt en ruimte maakt voor afscheid. Precies daarin schuilt voor haar de betekenis: de dood krijgt een plaats midden in het leven.
Juist die verstilling raakt haar diep. “De vertraging vind ik ongelooflijk mooi,” vertelt ze. “Ik zie mensen stoppen en eer betonen.” In zo’n korte onderbreking van het alledaagse ontstaat iets bijzonders: collectieve aandacht, stilte en erkenning.
Een persoonlijk vertrekpunt
Dat verlangen kreeg voor Roosen al eerder betekenis bij het overlijden van haar moeder. De uitvaartondernemer liet haar zien hoeveel ruimte er is om een afscheid zelf vorm te geven: hoe lang je bijvoorbeeld voor of achter een rouwauto mag lopen en welke keuzes daarbij mogelijk zijn. “Die grenzen heb ik me goed laten uitleggen en die heb ik maximaal opgerekt,” zegt ze. Zo ontstond een afscheid dat afweek van de standaard. Tegelijk riep het herinneringen op aan hoe een rouwstoet vroeger door een straat of dorp trok, terwijl omstanders uit eerbied stilhielden of zich aansloten.
Voor Roosen zit daarin iets wezenlijks. Rouw is persoonlijk, en tegelijk raakt ze aan iets wat we met elkaar delen. “Er zit in ieder mens rouw,” zegt ze. “In ieder mens zit het verlangen om geliefd te zijn.” Juist daarom kan de rouw van een ander iets aanraken in jezelf. Een oud verdriet. Een gemis. Een liefde die nog altijd doorwerkt.
Rouw als gedeelde ervaring
De Stoet is niet alleen een voorstelling over afscheid, maar ook over gemeenschap: over wat er gebeurt wanneer mensen samen lopen, samen kijken en samen stilstaan. In Amsterdam Nieuw-West krijgt dat een extra betekenislaag. De voorstelling beweegt van Nieuw-West naar West en brengt mensen uit uiteenlopende gemeenschappen bijeen: mensen met een moslimachtergrond, mensen uit de queercommunity, spelers met wortels uit diverse werelddelen, musici en bewoners. Juist die verscheidenheid raakt Roosen. “Iedereen heeft een ander pad afgelegd,” zegt ze. “En iedereen draagt op verschillende plekken rouw met zich mee. Dat zit allemaal bij elkaar. Dat vind ik echt ontroerend.”
Kunst, dood en nabijheid
Roosen schuwt de dood niet in haar werk, integendeel. In meerdere projecten onderzocht ze sterven, rouw en nabijheid. Ze maakte werk over haar moeder met dementie, over overleden vrienden en over mensen die haar toelieten in hun meest kwetsbare proces. Altijd vanuit liefde. “Buddy zijn bij iemand die sterft, dat is een liefdesproces,” zegt ze.
Ook in De Stoet is die nabijheid voelbaar. Hoofdpersoon Sascha Müller leeft met een ongeneeslijke ziekte en oefent, onder regie van Katrien van Beurden, in zekere zin zijn eigen begrafenisstoet. Dat klinkt zwaar, maar bij Roosen staan dood en leven nooit los van elkaar. Juist de dood kan de ervaring van het leven verdiepen. “De nabijheid van de dood maakt het leven scherper, inniger en dieper voelbaar”.
Voor Roosen is kunst een plek waar taal opnieuw kan gaan spreken. Juist rond ziekte, rouw en sterven gebruiken we vaak zinnen die houvast geven, maar soms hun zeggingskracht verliezen. In kunst krijgen woorden de ruimte om opnieuw gerangschikt te worden, zodat ze weer gaan spreken.
“Je kan taal opnieuw ordenen,” zegt ze. “Opnieuw rangschikken om haar weer te vullen met zichzelf.”
Als voorbeeld noemt ze de ondertitel van haar film over haar moeder met Alzheimer: Ik zie haar niet verdwijnen. Ik zie haar tevoorschijn komen. Die zin opent een andere manier van kijken. De ziekte wordt niet ontkend, het verlies ook niet. Maar naast het verdwijnen komt iets anders in beeld: wie iemand nog is, hoe iemand verschijnt, hoe liefde aanwezig blijft.
Wat Roosen met haar werk wil, noemt ze liever geen boodschap. Ze wil niet voorschrijven wat mensen moeten voelen of denken, maar iets aanraken. Een beeld, een zin of een beweging kan iets in iemand wakker maken dat misschien al aanwezig was.
De uitnodiging om te blijven
Roosen benoemt één thema nadrukkelijk: onze verlegenheid rond rouw en sterven. Mensen zoeken vaak naar woorden of naar een houding die past. “Door die verlegenheid stop je,” zegt Roosen. “En ongewild laat je de mens met dementie, de mens met rouw, of de mens die met sterven bezig is, alleen.”
Misschien is dat wel de meest invoelende uitnodiging van De Stoet: niet wegblijven. Niet wachten tot je de juiste woorden hebt. Niet denken dat nabijheid perfect moet zijn. Maar, strompelend en onhandig, met tranen of stilte, een stap naar voren zetten.
Rouw vraagt om iemand die blijft staan. Die meeloopt. Die kijkt, luistert en aanwezig blijft. Juist daar, in dat kwetsbare gebied tussen leven en afscheid, kan nabijheid ontstaan. Niet groots of volmaakt, maar menselijk. Van mens tot mens.
Met dank aan Adelheid Roosen

Over twee woorden die mij werden meegegeven.
Afgelopen week volgde ik een schrijfretraite bij Hanny Kuijer in het Dominicanenklooster in Huissen. Een week van verstilling, schrijven, ontmoeting en vertragen. Een week waarin ruimte ontstond voor wat zich wilde laten zien. Zonder iets te hoeven. Zonder een doel te hoeven bereiken. Gewoon zijn.
Aan het einde van de retraite kreeg iedere deelnemer een woord of een paar woorden mee. Van Hanny ontving ik twee woorden:
Levende liefde.
Sindsdien resoneren ze in mij. Als een uitnodiging om stil te staan bij wat deze woorden voor mij betekenen.
Wat is voor mij levende liefde?
Voor mij gaat levende liefde niet alleen over liefde tussen mensen. Het gaat over een manier van leven. Over liefde voor mezelf, liefde voor de ander en liefde voor de mensheid. Over leven vanuit verbondenheid en zachtheid, juist wanneer het leven anders loopt dan gehoopt. Misschien is levende liefde wel de rode draad in mijn leven.
De afgelopen tijd merk ik dat er veel verandert. Vriendschappen verschuiven. Behoeften veranderen. En ik verander zelf ook.
Steeds meer voel ik dat ik niet langer wil pleasen. Niet langer voortdurend wil aanpassen om verbinding te behouden. Ik verlang naar echtheid. Naar wederkerigheid. Naar mensen bij wie ik mezelf kan zijn. Naar verbinding waarin ruimte is voor diepgang en kwetsbaarheid.
Dat vraagt moed. Want loslaten betekent ook dat je soms een tijdlang niet weet wat ervoor terugkomt.
Er is een verschil tussen eenzaamheid en alleenheid. Alleenheid ervaar ik niet alleen als een gemis, maar ook als een tussenruimte. Een fase van niet-weten. Van loslaten wat was en nog niet weten wat komt.
Juist in die tussenruimte ontdek ik steeds meer wat werkelijk belangrijk is.
Niet langer mezelf kwijtraken in verwachtingen van anderen.
Niet langer aanpassen aan de ander.
Maar leven vanuit verbinding. Met mezelf, met de ander en met wat betekenis geeft.
Er is één ding dat ik inmiddels zeker weet:
Levende liefde is mijn basis.
Rouw en verlies, Zingeving, Diepgang, Verbondenheid, Levende liefde.
Waarden die als een rode draad door mijn leven lopen. In mijn werk, in mijn ontmoetingen en in de verhalen die ik mag optekenen.
Misschien is levende liefde uiteindelijk niets anders dan thuiskomen bij jezelf, zodat liefde niet iets wordt waarnaar je zoekt, maar iets van waaruit je leeft.
Levende liefde. Twee woorden die ik van Hanny ontving. Twee woorden die misschien al veel langer in mij aanwezig waren, wachtend om gezien, gehoord en geleefd te worden.

“Het leek alsof haar verlies overal met haar meeliep. Alsof het nooit zachter werd.”
Er zijn mensen die je je hele leven kent en die je pas later begint te begrijpen. Mijn tante was zo iemand. Als kind zag ik haar als een sterke, muzikale vrouw met een groot sociaal leven. Haar dagen stonden in het teken van repetities, concerten van mijn oom, en ontmoetingen met vrienden. Muziek was niet iets wat ze deed. Daar speelde haar leven zich af.
Dit is het verhaal van mijn tante Anne en oom Peter. En tegelijk een verhaal over wat er kan gebeuren wanneer verdriet nergens echt kan landen. Anne en Peter leerden elkaar kennen op het podium. Zij zong sopraan in een koor, hij speelde viool bij een orkest. Muziek was hun ontmoetingsplek en hun gezamenlijke taal. Hun leven speelde zich af tussen repetities en concerten, tussen mensen die dezelfde liefde deelden. Ze maakten deel uit van een levendige gemeenschap waarin ze zich thuis voelden.
Het verlies dat geen naam kreeg
Anne en Peter hadden één wens die bleef: een kind. Toen bleek dat zwanger worden niet mogelijk was, begonnen ze aan een adoptieprocedure. Het werden jaren van wachten. Hoop die telkens opnieuw werd opgebouwd en weer moest worden bijgesteld. Tot het telefoontje kwam waar ze bijna niet meer op rekenden: er was een baby voor hen. Een meisje. Ineens zagen ze een toekomst voor zich die die lange tijd onbereikbaar had geleken. Ze verzamelden spullen, maakten plannen en bereidden zich voor op haar komst. In huis en in hun gesprekken ontstond ruimte voor iemand die er nog niet was, maar al wel bestond: hun dochter.
Tot het tweede telefoontje kwam. De biologische moeder was met het kind vertrokken. Alles wat was opgebouwd aan verwachting en verlangen stortte in. Ik was elf. Details weet ik niet meer. Wat ik me herinner is het gevoel dat er iets groots gebeurde zonder dat ik begreep wat het betekende. Het werd stil rond de gemiste adoptie. Er werd door mijn tante en de familie niet meer over gesproken.
Het afscheid van Peter
Jaren later wordt Peter ziek. Kanker. Een lange periode van behandelingen volgt. Tijdens een operatie ontstaat een ernstige complicatie en vier maanden lang ligt hij op de intensive care. Het is een tijd van hoop en terugval. Van voorzichtig herstel en nieuwe tegenslagen. Op een dag vertellen artsen dat behandeling geen zin meer heeft. Mijn tante vraagt of ik bij het gesprek wil zijn. We staan naast zijn bed en vertellen Peter dat hij niet meer beter zal worden. Ik zie nog altijd die ene traan uit zijn ooghoek rollen. Het is een moment waarop woorden tekortschieten. Vrienden en familie komen afscheid nemen. Diezelfde nacht overlijdt hij.
Met zijn dood verliest Anne haar partner en haar belangrijkste steun in het leven; hij was een deel van haarzelf. Voor de buitenwereld ging het leven verder. Voor Anne lijkt de tijd stil te staan.
Wanneer rouw zichtbaar wordt
Langzaam veranderde Annes wereld. Haar gezondheid werd kwetsbaar en ook haar gedrag verschoof. Ze kon fel en onredelijk reageren, snel boos worden of diep gekwetst zijn. Soms herkenden we haar nauwelijks terug. We voelden soms wel dat er onder die reacties een verdriet zat waar ze zelf geen woorden voor had. Ziekenhuisopnames volgden elkaar op en het contact werd steeds ingewikkelder. Haar wereld werd kleiner en haar eenzaamheid zichtbaarder. Wij zagen het gebeuren, maar wisten niet hoe we haar konden bereiken. Niet omdat de betrokkenheid verdween, maar omdat haar gedrag tussen ons in kwam te staan en het contact voor ons allemaal steeds moeizamer werd.
Voor ons als familie was het voortdurend zoeken. We probeerden dichtbij te blijven, maar liepen ook tegen onze eigen grenzen aan. Niet omdat de liefde weg was, maar omdat haar rouw en haar boosheid overal tussen zaten. Ook ons gedrag veranderde; we voelden ons steeds ongemakkelijker bij haar en voelden ons daar schuldig over.
Wanneer rouw blijft
Mijn broer zei het later zo: “We wilden er voor haar zijn, haar helpen. Dat hebben we ook gedaan tot na haar overlijden. Maar we liepen steeds vast. Wat we ook deden, het was zelden goed. Dat maakte het zo moeilijk en pijnlijk.” Een neef zei: “Het leek alsof haar verlies overal met haar meeliep. Alsof het nooit zachter werd.”
Persisterende rouw
Wat wij zagen bij Anne staat niet op zichzelf. In onderzoek is beschreven hoe rouw soms vastloopt en het leven blijvend ontregelt. De rouw blijft dan op de voorgrond. Het verdriet zakt niet weg, het blijft actueel. Niet als herinnering, maar als iets wat telkens opnieuw in volle hevigheid wordt gevoeld.
Rouwonderzoeker Maarten Eisma beschrijft dit als persisterende rouw: rouw die vastloopt na een ingrijpend verlies. Het lukt iemand dan niet om het verlies op te nemen in het eigen levensverhaal. Het wordt geen afgerond hoofdstuk, maar iets wat zich blijft opdringen in het heden. Het zegt iets over hoe diep een verlies kan ingrijpen wanneer het geen plek vindt.
Sommige relaties zijn zo verweven met wie je bent, dat het wegvallen voelt als het wegvallen van een deel van jezelf. Zo was het bij Anne. Voor de buitenwereld ging het leven verder. Voor Anne bleef alles stilstaan na het overlijden van Peter.
Onderzoek laat zien dat deze vorm van rouw mensen kan uitputten. Emotioneel, maar ook lichamelijk. Rouwen kost energie. Wanneer het verdriet voortdurend op scherp staat, raakt iemand sneller overbelast. Wat je aan de buitenkant ziet is niet altijd wat er vanbinnen gebeurt. Irritatie, wantrouwen of terugtrekken kunnen manieren zijn waarop iemand probeert om te gaan met een blijvend gemis. Het gedrag valt op. De pijn daaronder blijft vaak onzichtbaar.
In de laatste jaren van mijn tante Anne’s leven, kwam een ouder verdriet opnieuw naar boven: de kinderloosheid. Het verlies van Peter maakte dat eerdere verlies opnieuw pijnlijk voelbaar. Rouw staat zelden op zichzelf. Het is gelaagd. Oud verdriet kan zich mengen met nieuw verlies. Wat ooit geen ruimte kreeg, kan dan in volle hevigheid terugkeren.
Wat persisterende rouw doet met de sociale omgeving
Rouw raakt nooit één persoon alleen. Iedereen eromheen zoekt mee hoe je moet leven met iets dat niet oplost. In families zie je hoe ieder op zijn eigen manier probeert om te gaan met hetzelfde verlies. Dat kan verbinden, maar ook schuren. Zo verging het ook mijn familie. Ik kijk daarop terug zonder oordeel. Wat ik zie is hoe ingrijpend rouw kan zijn wanneer het geen plek vindt. Hoe dan de hele omgeving meebeweegt.
Wat helpend kan zijn
Mijn familie slaagde er niet in de afstand te overbruggen die mijn tante schiep met haar gedrag. Persisterende rouw betekent niet dat alles voorgoed stilstaat. Beweging blijft mogelijk. Vaak begint die bij herkenning. Woorden krijgen voor wat er speelt kan al verlichting geven. Passende begeleiding, gespecialiseerde rouwtherapie of contact met lotgenoten kan helpen om het verdriet te verweven in het leven. Niet zodat het verdwijnt, maar zodat het niet langer alles overheerst.
In rouw gaat het niet alleen om gemis, maar ook om liefde. Om de vraag hoe de band met wie er niet meer is op een andere manier kan blijven bestaan. Niet door los te laten, maar door de relatie innerlijk voort te zetten.
Als ik terugkijk op het leven van mijn tante Anne, zie ik hoe moeilijk het is wanneer rouw zich niet kan verweven met het verdere leven. Tegelijk laat haar verhaal zien hoe belangrijk het is dat we persisterende rouw herkennen en serieus nemen. Niet om het verlies af te sluiten, maar om ruimte te maken voor een leven waarin verdriet en verbondenheid naast elkaar kunnen bestaan.
Bronnen
American Psychiatric Association. (2022). Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5-TR).
World Health Organization. (2019). ICD-11: Prolonged grief disorder.
Eisma, M. C. (2017). Prolonged grief disorder: theory, research and treatment. Clinical Psychology Review.
Shear, M. K. (2015). Complicated grief. New England Journal of Medicine.
Prigerson, H. G., et al. (2009). Prolonged grief disorder. PLoS Medicine.
Over de auteur
Dit artikel is in maart gepubliceerd op rouwinformatie.nl, een onderdeel van stichting Carend. Ik ben vaste schrijver voor hen,

Een verhaal over afscheid, verbinding en anders vasthouden
Gisteren had de dag een zachte rand van weemoed.
Ik vertrok uit Wigtown, op weg naar Oban, nieuwsgierig naar wat komen gaat, met dat andere gevoel ernaast.
Het gevoel dat zich moeilijk laat benoemen, maar dat altijd verschijnt wanneer ik een plek verlaat waar ik mij even thuis heb gevoeld.
Afscheid nemen heeft mij altijd geraakt.
Niet alleen om wat voorbij is, maar om wat ik er achterlaat: een stukje van mijzelf dat zich heeft verbonden aan een plek.
Ik had dat als kind al. Ik herinner me het jaar dat we in de zomer een week naar Noordwijk gingen, naar hotel Waikiki.
We woonden in Arnhem en we hadden het niet breed. Juist daarom voelde die ene vakantieweek als iets heel bijzonders.
We gingen met de hele familie van mijn vaders kant: mijn opa en oma, tante Willy en oom Wiecher, en wij – mijn vader, moeder, mijn broer en ik.
Ik herinner me de kleine dingen: elke dag een flesje Fanta aan de bar, het strand, friet en ijsjes, het geluid van stemmen op het terras in de avond.
Niets bijzonders, en juist daarom zo bijzonder. Het was een week waarin alles eenvoudig was en het leven overzichtelijk leek.
Alsof geluk vooral zat in samen aan een tafel zitten en herinneringen maken.
Eenmaal thuis heb ik een hele dag op mijn bed liggen huilen.
Niet alleen omdat de vakantie voorbij was, maar omdat ik terug wilde naar dat gevoel.
Het gevoel dat de wereld even klopte. Dat je ergens bij hoorde zonder dat je daar iets voor hoefde te doen.
Dat gevoel herken ik nog steeds, telkens wanneer ik op een plek ben waar iets van verbinding ontstaat.
Met mensen, met een omgeving, met een ritme dat langzaam vertrouwd begint te voelen.
Wigtown is zo’n plek.
Misschien komt het door de boekwinkels, door de gesprekken die als vanzelf ontstaan tussen de kasten en de stapels boeken. Of komt het door de mensen die hier niet alleen wonen, maar hier ook bewust lijken te zijn gaan leven.
Joyce en haar man Ian, van The Old Bank Bookshop, zijn zulke mensen. Hun winkel is niet alleen een winkel, maar een plek waar muziek klinkt,
waar geschreven wordt, waar mensen samenkomen. Alsof verhalen daar niet alleen in boeken zitten, maar ook gewoon aan de tafel in de boekwinkel kunnen ontstaan.
En dan is er Ruth, van The Well-Read Bookshop.
Ze werkte jarenlang als rechter in Schotland en keerde na haar pensionering terug naar Wigtown.
Haar kinderen wonen verspreid over de wereld, ze heeft geen partner. Wat ga je dan doen met de tijd die voor je ligt, vroeg ze zichzelf af.
Ze wilde zich nuttig voelen, zei ze, en zinvol. En dus begon ze een boekwinkel. Niet uit economische noodzaak,
maar uit verlangen om ergens bij te horen, om onderdeel te zijn van een gemeenschap, om een plek te hebben in het dagelijks leven van een dorp.
En Ann, van de charity shop, misschien wel het hart van Wigtown.
Iedereen kent de charity shop. Inwoners, tijdelijke inwoners en passanten – allemaal komen ze er.
Niet alleen om iets te kopen, maar ook om elkaar te ontmoeten.
In deze winkel, met een jaarlijkse opbrengst van zo’n 100.000 pond, gebeurt iets bijzonders.
Twee keer per jaar wordt de opbrengst verdeeld onder lokale verenigingen en initiatieven.
Wat zich hier afspeelt, laat zich moeilijk in cijfers uitdrukken.
De winkel houdt, samen met anderen, het sociale hart van het dorp in stand.
Hoe langer ik in Wigtown was, hoe meer ik begon te begrijpen dat het niet alleen een stad van boeken is, maar een stad van mensen die, ieder op hun eigen manier, betekenis proberen te geven aan hun tijd, hun werk, hun leven – en aan hun stad.
Misschien raakt dat me.
Omdat het laat zien dat ergens bij horen niet vanzelf ontstaat, maar iets is wat mensen zelf maken.
Door een winkel te beginnen. Door muziek te maken. Door een charity shop te runnen.
Door simpelweg aanwezig te zijn en je te verbinden aan een plek en aan andere mensen.
Wellicht is dat ook de reden waarom verlies en afscheid nemen mij zo fascineert.
Omdat afscheid zelden alleen gaat over weggaan.
Het gaat over je verbinden, over ergens bij horen, over betekenis geven – en over wat er gebeurt wanneer dat verandert.
En dat is wat levend verlies in wezen is:
niet loslaten, maar leren hoe je iets op een andere manier met je meedraagt.

“In Wigtown draagt elke straat een verhaal en opent elke boekwinkel een nieuwe wereld.”
Sommige verhalen gaan over verlies. Andere over veerkracht. Het verhaal van Wigtown gaat over allebei.
Wigtown is een klein stadje in het zuidwesten van Schotland, gelegen aan de rand van Wigtown Bay. Het kent een rijke geschiedenis en veranderde in de loop der eeuwen meer dan eens van rol: van religieus centrum naar handelsplaats, van bijna vergeten dorp tot wat het nu is: de nationale boekenstad van Schotland. Jaarlijks vindt hier een tiendaags boekenfestival plaats, waar tienduizenden bezoekers uit Schotland en Engeland op afkomen om zich onder te dompelen in boeken, literatuur en ontmoetingen met schrijvers.
Wigtown telt ongeveer 850 inwoners. Het stadje wordt gedomineerd door het stadhuis, gebouwd in neogotische stijl: een markant gebouw dat al eeuwenlang waakt over het plein in het hart van Wigtown.
Ik verblijf zes dagen in Wigtown om samen met vriendin en medeschrijfster Ansje Visser The Open Book te runnen.
The Open Book is een van de tientallen boekwinkels die in Wigtown gevestigd zijn. Boven de winkel bevindt zich een klein maar sfeervol appartement. Voor een paar dagen runnen wij de boekhandel en wonen we erboven. Het is een geliefde plek. Ansje heeft ruim tweeënhalf jaar geleden geboekt om nu de boekwinkel te kunnen runnen. De opbrengsten van de B&B en de verkoop van de boeken komen volledig ten goede aan het boekenfestival.
De inwoners zijn eraan gewend dat er wekelijks nieuwe mensen komen om de boekhandel te runnen. Zelfs na tien jaar wordt iedere nieuwe gast nog altijd warm en gastvrij ontvangen. Zo ook wij. Joyce, zelf eigenares van een boekwinkel in het stadje, komt ons begroeten en ons wegwijs maken in de winkel. Ook kondigt zij ons verblijf aan op de Facebookpagina van Wigtown. Dat merken we direct. Als we de volgende dag wat plaatsen in de omgeving bezoeken, worden we herkend. Ja, iedereen kent elkaar hier.
Op mijn vraag hoe al die boekwinkels in dit deel van Schotland kunnen bestaan, neemt Joyce ons mee in de geschiedenis van Wigtown. Een geschiedenis die wordt gekenmerkt door verlies, maar nog meer door de veerkracht van haar bewoners.
Joyce vertelt:
“Ik ben opgegroeid in de omgeving van Wigtown. Later verhuisde ik voor mijn studie en werk naar Edinburgh. In Wigtown en omgeving kon je nog net de middelbare school volgen. Een boekwinkel was er niet, en in die tijd kon je boeken natuurlijk nog niet online bestellen. Als ik een boek wilde, moest ik naar de dichtstbijzijnde stad: Dumfries.
Je moet weten dat ik van jongs af aan al hield van lezen, van boeken, van literatuur en poëzie. Het is dan ook niet vreemd dat ik literatuur ben gaan studeren. Daarvoor moest ik naar Edinburgh. Als meisje van het platteland ging daar een wereld voor mij open en na mijn studie besloot ik niet terug te keren. Er was in Wigtown geen werk voor mij te vinden.
Ik heb op veel plekken in de wereld gewoond en gewerkt. Daardoor ontwikkelde ik een grote belangstelling voor diversiteit en verschillende culturen. Met mijn toenmalige partner heb ik tien jaar op de Comoren gewoond. Nadat onze relatie eindigde, keerde ik terug naar Schotland, opnieuw naar Edinburgh. Daar ontmoette ik mijn huidige partner Ian. We hadden allebei een goede baan.
Op een dag belde mijn vader. Hij vertelde dat er in Wigtown een boekwinkel was geopend door Sir John, een eigenzinnige Londenaar.”
Deze zin van Joyce blijft even in de lucht hangen, alsof daarin het begin van een nieuw hoofdstuk besloten ligt. Alsof één telefoontje soms genoeg kan zijn om iets in beweging te zetten. Voor een dorp. Voor een gemeenschap. Voor een leven.
Dat telefoontje kwam op een moment dat Joyce en Ian op een keerpunt in hun leven stonden. Ze waren moe van het stadsleven, van het harde werken en van het gevoel altijd tijd tekort te komen. De eerste signalen van lichamelijke overbelasting dienden zich al aan.
Joyce keerde samen met Ian terug naar haar roots. Daar trof ze een groep inwoners die vastbesloten was hun geliefde dorp nieuw leven in te blazen. Een dorp waar weinig toekomst leek voor jongeren en dat langzaam dreigde te verdwijnen.
In diezelfde periode verscheen er een oproep van de Schotse overheid. Dorpen en steden konden zich aanmelden voor de titel Boekenstad van Schotland. Samen met John, de eigenzinnige Londenaar, en een aantal zeer betrokken inwoners werd een plan gemaakt. Het dorp leende zich met zijn centrale plein en historische panden uitstekend voor een boekenstad.
En zo geschiedde.
Wigtown werd gekozen. Met steun van de overheid werden panden omgetoverd tot boekwinkels. Niet veel later ontstond het plan voor een boekenfestival. Wat begon als een klein tweedaags evenement groeide uit tot een tiendaags festival dat jaarlijks duizenden bezoekers trekt.
In Wigtown is de gemeenschapszin duidelijk voelbaar. Iedereen kent elkaar en staat voor elkaar klaar. Ik sprak ook een Nederlands echtpaar dat zich na hun pensionering in deze omgeving heeft gevestigd, mede vanwege de sterke verbondenheid die hier voelbaar is.
Zoals Ans en Fred ons vertelden: hier heeft men elkaar nodig. Er is weinig. In deze streek is nog steeds armoede. Werkgelegenheid is schaars en voorzieningen zijn beperkt. Juist in die omstandigheden ontstaat iets anders: veerkracht en creativiteit.
Voor mij vertelt Wigtown een groter verhaal. Niet alleen over een dorp dat zijn identiteit dreigde te verliezen, maar over wat er kan ontstaan wanneer mensen besluiten het tij samen te keren.
In mijn werk rondom levend verlies zie ik vaak hoe mensen opnieuw leren omgaan met hun leven wanneer er iets ingrijpend verandert. Wanneer verwachtingen, rollen of toekomstbeelden verschuiven. Het oude verhaal blijft deel van hun leven, maar langzaam ontstaat er ruimte voor een nieuw hoofdstuk.
Wigtown laat zien dat dat niet alleen voor mensen geldt, maar ook voor een gemeenschap.
Hier werd verlies geen eindpunt, maar het begin van een nieuw verhaal. Geschreven door mensen die bleven geloven in hun dorp — en in elkaar.
In Wigtown liggen die verhalen niet alleen in de boekwinkels. Ze worden er nog elke dag geschreven.

Anna is eind vijftig wanneer haar leven plotseling een andere wending neemt.
Tot dat moment staat ze midden in het leven. Ze werkt, heeft collega’s, een partner, vrienden. Haar dagen hebben ritme en betekenis.
Na een bedrijfsongeval houdt ze niet-aangeboren hersenletsel over. Wat volgt is geen kort herstel, maar een langdurig en complex proces van verlies. Geen verlies van een persoon, maar van mogelijkheden. Van vanzelfsprekendheid. Van wie ze was.
Van wie ze was, werd haar vooral duidelijk in de kleine, alledaagse dingen.
Naast het wegvallen van haar werk merkte Anna hoe haar leven ook privé steeds kleiner werd. Dingen die eerst vanzelfsprekend waren als uiteten gaan, op reis gaan, een stad bezoeken, zijn bijna niet meer mogelijk. Prikkels komen ongefilterd binnen. Geluiden, bewegingen en indrukken stapelen zich op. Ze herinnert zich een reis naar Parijs, enkele jaren geleden. Midden in een drukke metro raakte ze volledig overweldigd en barstte in huilen uit. Dat moment maakte haar duidelijk: een hectische stad is te veel.
Ze zegt: ‘Aan de buitenkant zie je niets. Vanbinnen voelt het alsof alles in stukjes ligt.’
Rouw wordt vaak gekoppeld aan overlijden. Rouw ontstaat ook wanneer het leven dat je kende niet meer terugkomt. Wanneer werken niet meer lukt. Wanneer prikkels te veel worden. Wanneer je steeds opnieuw moet afwegen wat nog kan — en wat niet.
Juist in deze vorm van langdurige, complexe rouw ontstaat vaak eenzaamheid.
Eenzaamheid zonder lege agenda
Eenzaamheid wordt gemakkelijk verward met alleen zijn. Anna heeft mensen om zich heen. Toch voelt ze zich geregeld eenzaam. Niet omdat er niemand is, maar omdat niemand werkelijk kan meekomen in wat zij verloren heeft. Haar werk viel weg. Daarmee verdween ook een belangrijk deel van haar identiteit. Vriendschappen veranderden. Sommige mensen raakten langzaam op afstand. Niet uit onwil, maar uit onvermogen.
‘Ze begrijpen het niet’, zegt ze, ‘en ik wil het niet steeds opnieuw uitleggen’.
Wanneer de wereld kleiner wordt
Bij complexe rouw is er geen duidelijk einde. Het verlies blijft aanwezig en beweegt mee met het leven. De buitenwereld gaat door, vaak in een tempo dat niet meer aansluit. Dat verschil creëert afstand. Anna voelt zich niet langer vanzelfsprekend onderdeel van het geheel. Haar wereld wordt kleiner, stiller. Niet vanuit keuze — het leven dwingt haar daartoe.
Aanpassen om overeind te blijven
Wat opvalt, is hoe intens mensen als Anna werken aan aanpassing. Ze leren hun grenzen kennen, bouwen hun leven opnieuw op, zoeken naar nieuwe vormen van betekenis.
Die voortdurende aanpassing is nodig maar kent ook een keerzijde. Niet meer uit eten gaan. Drukke plekken vermijden. Spontaniteit verruilen voor voorspelbaarheid. Het leven wordt overzichtelijker en tegelijkertijd stiller.
Eenzaamheid gaat hier niet over het ontbreken van mensen. Het gaat over het gemis aan gezien worden zoals je bent. Aan iemand die herkent wat er allemaal is weggevallen, zonder dat dit telkens benoemd hoeft te worden.
Wat kan helpend zijn?
Niet elke eenzaamheid vraagt om een oplossing. Soms vraagt ze om ruimte en erkenning.
Wat steun kan bieden:
Een plek waar het verhaal mag blijven bestaan
Contact met mensen die iets soortgelijks meemaken
Erkenning dat dit óók rouw is
Mildheid voor jezelf wanneer sociale energie beperkt is
Het draait zelden om meer contacten. Het draait om nabijheid die klopt.
Tot slot
Anna schrijft gedichten. Ze breit. Ze fietst. Niet om de eenzaamheid te laten verdwijnen, om zichzelf niet kwijt te raken.
Ze zegt: ‘Ik vertrouw steeds meer op mijn gevoel. Dat geeft me houvast.’
Misschien is dát wat verschil maakt - dat iemand naast je blijft staan en zegt: ‘Je hoeft het niet uit te leggen. Het mag er zijn.’
Naam gefingeerd in verband met privacy.
Over de auteur:
Ellis Middelhuis (1965) is coach in rouw en verlies en schrijver. Vanuit haar eigen ervaringen met verlies en haar jarenlange werk in de zorg en mantelzorgondersteuning richt zij zich op het thema levend verlies – het voortdurende rouwproces dat ontstaat door ziekte en beperkingen.
Met haar bedrijf Buro Ellis & Co (www.ellisenco.nl) begeleidt zij mensen en organisaties rondom verlies, veerkracht en zingeving. Daarnaast is zij werkzaam als coördinator van een expertisenetwerk dementie in Amsterdam, waar zij verbindingen legt tussen professionals, mantelzorgers en organisaties.
In 2024 verscheen haar eerste boek Mensen met Lef – verhalen over levend verlies en veerkracht. Met haar nieuwste boek Jongdementie. Verhalen over liefde, verlies en veerkracht geeft zij opnieuw een stem aan mensen die leven met verlies: dit keer aan gezinnen en naasten die worden geraakt door jong dementie.
* Dit artikel is geschreven voor en gepubliceerd op www.rouwinformatie.nl

Janine (58) is ruim 30 jaar met Kees ( 62) samen. Zo’n drie jaar geleden openbaarde zich de eerste signalen van wat Alzheimer bleek te zijn. Janine en Kees hebben twee volwassen dochter en een hechte kring van familie en vrienden.
Janine:” Ik ontmoette Kees op een zomeravond tijdens een buurtfeest. Er was muziek, wat drankjes, en we raakten aan de praat. Geen sprookjesachtige liefde op het eerste gezicht, maar er was wel meteen iets. Na een paar afspraakjes wisten we dat we goed bij elkaar pasten en besloten we samen ons leven op te bouwen.
Ons leven kenmerkte zich door zorgzaamheid en liefde voor elkaar en ons gezin. We genoten van de gewone dingen: samen eten aan de keukentafel, een wandeling door de buurt, een kop koffie in de tuin, en de kleine rituelen die houvast gaven in de drukte van alledag. Op zaterdag gingen we vaak even naar de markt, ’s avonds zaten we voor de tv of speelden een spelletje Rummikub – waarbij Kees opvallend vaak won.
Vrienden en familie kwamen graag bij ons langs. Soms spontaan voor een kop koffie, soms gepland voor een verjaardag of feestdag. Onze deur stond altijd open, en er was meestal wel iets lekkers in huis. Het voelde altijd warm en gastvrij, met ruimte voor een goed gesprek, een lach of gewoon een luisterend oor.
Toen Kees eind 50 was, merkte ik dat er kleine dingen veranderden. Hij vergat afspraken, raakte de draad kwijt in gesprekken en kon ineens niet meer op een naam komen die hij altijd kende. In het begin maakten we er grapjes over – “het zal de leeftijd wel zijn” – maar diep vanbinnen voelde ik onrust. Na een reeks onderzoeken en een aantal mis diagnoses kregen we de verwoestende diagnose: Alzheimer.
Vanaf dat moment veranderde ons leven stap voor stap. We probeerden onze routines vast te houden: samen naar de markt, een wandeling door het park, familie op bezoek. Maar langzaam werden de veranderingen groter. Kees werd stiller, trok zich vaker terug en zijn grapjes maakten plaats voor momenten van verwarring en soms boosheid. Kees werd arbeidsongeschikt. Hij was zo trots op zijn baan als kraanmachinist in de Rotterdamse havens. Het was zijn identiteit. Wie was hij nu? Het wegvallen van zijn baan en daarmee een groot deel van zijn inkomen heeft veel impact op ons. Ik ben meer gaan werken. Langzamerhand wordt dat steeds moeilijker, want Kees kan eigenlijk niet lang meer alleen thuis zijn.
Voor onze dochters was het pijnlijk om te zien hoe hun vader hen soms niet direct herkende of dezelfde vragen steeds opnieuw stelde. Het spontane van ons gezin verdween. Vakanties werden korter of bleven dichter bij huis. Alles draaide om wat Kees aankon.
Mijn rol veranderde langzaam van partner naar verzorger, planner en emotioneel anker. Ik stond altijd aan. Overdag zorgde ik dat alles liep, en ’s nachts lag ik wakker, piekerend over hoe de volgende dag zou gaan. Toch zijn er ook momenten die ik koester: een blik van herkenning, een aanraking, een glimlach die even weer de oude Kees laat zien.
Het is een afscheid dat nooit stopt. Maar het is ook een zoektocht naar manieren om, ondanks alles, verbonden te blijven”.
Wat maakt rouw bij dementie zo ingrijpend?
Rouw bij dementie is een vorm van levend verlies: je rouwt terwijl de ander nog leeft. Je zegt niet één keer afscheid, maar telkens opnieuw. Elk verliesmoment – een vergeten naam, een gemiste herinnering, een vaardigheid die verdwijnt – brengt een nieuwe golf van verdriet.
Schok en ontkenning – “Dit kan toch niet waar zijn?”
Verdriet en angst – om wat al verloren is en om de toekomst die onzeker en onvoorspelbaar is.
Woede en frustratie – op de ziekte, de situatie, soms zelfs op jezelf.
Aanpassing en heroriëntatie – nieuwe routines vinden en het gezin op een andere manier laten draaien.
Acceptatie – leren leven met de veranderingen, zonder dat de pijn verdwijnt.
De impact op relaties en het gezin
Dementie zet relaties op scherp. De gelijkwaardigheid in een huwelijk verschuift: van partner naar verzorger. Gezamenlijke plannen voor later maken plaats voor zorgen over morgen. Kinderen worden soms sneller volwassen, omdat zij de veranderingen bij hun ouder zien en voelen.
Omgaan met rouw bij dementie
Zoek steun – Praat met mensen die begrijpen wat je doormaakt.
Zorg voor jezelf – Blijf aandacht geven aan je eigen welzijn. Je kunt niet zorgen voor een ander als je zelf uitgeput bent.
Koester mooie momenten – Maak ruimte voor lichtpuntjes, hoe klein ook.
Tussen Toen en Morgen – Jouw kompas in een veranderende wereld
Speciaal voor naasten van mensen met dementie ontwikkelde ik Tussen Toen en Morgen: een blended coachingprogramma dat je helpt om met dit voortdurende afscheid om te gaan. We werken samen in vier persoonlijke coachingssessies én met het online programma Lutografie, waarin je schrijvend en reflecterend grip krijgt op je emoties, je grenzen en je nieuwe rol.
Ruimte maakt voor je eigen gevoelens zonder schuldgevoel.
Nieuwe manieren vindt om verbonden te blijven met je geliefde.
Houvast ontwikkelt voor de onvoorspelbare weg die voor je ligt.
📩 Wil je weten hoe dit programma jou kan helpen? Neem contact op via info@ellisenco.nl of bekijk www.ellisenco.nl voor meer informatie en aanmelding.
Tussen Toen en Morgen
*Naam gefingeerd i.v.m. privacy*

OP ADEM KOMEN IN ZUID-FRANKRIJK
Nanny staat in mijn boek " Mensen met lef en veerkracht, verhalen over levend verlies". Nanny is samen met haar inmiddels overleden man Ad verhuisd naar Zuid-Frankrijk om daar te gaan genieten van hun gepensioneerde leven. Helaas heeft het leven anders beslist en werd Ad ziek. Uiteindelijk is Ad overleden aan zijn ziekte. Nanny woont tot op de dag van vandaag in het prachtige Taradeau, in het huis wat zij met Ad gekocht heeft. Zij weet wat het betekent om verlies te hebben in haar leven. En dat kenmerkt zich niet alleen door het overlijden van Ad maar ook doordat Nanny zelf met gezondheidsverlies te maken kreeg en krijgt. Maar zoals Nanny zelf zegt: " ik ben een vrouw met lef en veerkracht", weet zij elke keer weer een nieuwe uitdaging te vinden in haar leven.
Een van de uitdagingen gaat over het beschikbaar stellen van de gite die aan haar huis verbonden is, aan mensen die te maken hebben of te maken hebben gehad met verlies in hun leven.
Voor een zeer redeljk tarief kan je verblijven in het prachtige Zuid- Frankrijk.
________________________________________________________________________________________________________________________________
Nanny over haar gite:
Le Trèfle à quatre Feuilles/ Klavertje Vier
In een Provençaalse villa in de bosrijke omgeving van het zuidfranse Taradeau verwelkomt Nanny Nooitgedagt-Marquenie, haar gasten in een speciaal voor hen bestemde gezellige gîte. Veel privacy, een eigen ingang, terras en toegang tot de tuin, die overgaat in een bos van ruim 5.000 m2.
Een verblijf in ‘Le Trèfle à quatre Feuilles’ zorgt voor rust, reflectie, voorbereiden op of bijkomen van een hectische periode in iemands leven
DE GÎTE
De gîte (55 m2 groot) is gelegen op de begane grond en bestaat uit een woonkamer (40 m²) met eethoek, zithoek met slaapbank, TV met video en dvd-speler, radio en gratis WIFI. Er is een compleet ingerichte "open" keuken met koelkast/diepvries, vaatwasmachine, magnetron, Senseo koffiezetapparaat, warmwaterketel, elektrisch fornuis met oven.
De slaapkamer heeft een tweepersoonsbed (2 matrassen van 200 x 80 cm) en de badkamer een wastafel, douchecabine en toilet. Tevens is er een wasmachine en elektrische barbecue beschikbaar.
Vanaf het terras (20 m²) loop je de grote tuin en het bos in (5.000 m2) alwaar genoten kan worden van rust, zon, vogels, cigalen en sterren!
PROVENÇAALS GENIETEN IN DE OMGEVING
Taradeau is een klein dorpje, gelegen in de VAR, tussen wijn- en olijfboomgaarden, ten noorden van de autoroute Aix-en-Provence/Nice.
In de omgeving liggen de wat meer bekende plaatsjes Les Arcs sur Argens (met station SNCF), Vidauban, Lorgues en Draguignan. Het vliegveld van Nice ligt op een afstand van ca 1 uur rijden, evenals het vliegveld van Marseille.
Taradeau is een uitstekende uitvalsbasis voor een vakantie in het Zuiden van de Provence en de Côte d’Azur. U kunt b.v. naar de Gorges du Verdon en het Lac de Ste Croix, het Lac de Carcès en natuurlijk de Middellandse Zee. Daarnaast is een bezoek aan Nice, Grasse (parfum), Cannes, Antibes, St. Tropez en Marseille de moeite waard. Maar dat geldt ook voor de wat dichterbij gelegen kustplaatsen St. Maxime, Fréjus en St. Raphaël.
En laten we vooral niet vergeten dat er in onze omgeving vele Provençaalse markten te bezoeken zijn, waarvan we die van Lorgues bijzonder aanbevelen.
VOORWAARDEN en RESERVEREN
"Speciale" Huurprijs van de gîte € 500,- per week voor "Lotgenoten"
Dit is incl. gas, water en elektra, alleen gedurende de wintermaanden komen er verwarmingskosten bij, af te lezen op een aparte meter. Gratis Wifi
+ De prijs is gebaseerd op een verblijf van 2 volwassenen.
+ Bij een boeking van meer dan 2 personen € 75,- p.p. per week extra.
+ Beddengoed en -linnen aanwezig, u dient zelf (bad)handdoeken, keukenlinnen zelf meebrengen.
+ Schoonmaakkosten aan het einde van de vakantie € 60,-
Nanny Nooitgedagt-Marquenie
268 Route des Bertrand
83460 Taradeau (Var)
France
Tel: 0033 (0) 494999741
Email: NanAdNo@orange.fr
________________________________________________________________________________________________________________________________
Voor informatie over de gite kan met Nanny contact worden opgenomen. Ook kan met mij contact worden opgenomen voor meer informatie.
Ik ben Ellis Middelhuis, (ervarings) deskundige op het gebied van rouw en verlies. Ik schrijf levensverhalen en coach mensen die te maken hebben met verlies in hun leven. Voor informatie: www.ellisenco.nl . Benader mij gerust voor een gratis half uurtje kennismaking.

Levend verlies is een term die wordt gebruikt om de rouw te beschrijven die ontstaat wanneer iemand geconfronteerd wordt met een voortdurende en ingrijpende verandering in hun leven, zoals bij een chronische ziekte. Dit verlies is complex en brengt een mix van emoties met zich mee. In dit blog bespreken we de symptomen en kenmerken van levend verlies bij chronische ziekte, hoe je zelf met dit verlies kunt omgaan en hoe je omgaat met de chronische ziekte van een ander.
Wat is levend verlies bij chronische ziekte?
Emotionele symptomen bij anticiperende rouw
Levend verlies bij een chronische ziekte kan emotioneel zwaar zijn. Je kunt gevoelens van verdriet, boosheid, frustratie, schuldgevoel en verwarring ervaren. Deze emoties kunnen variëren in intensiteit en frequentie, afhankelijk van de aard van de ziekte en de persoonlijke veerkracht.
Fysieke symptomen bij levend verlies
Chronische stress en verdriet kunnen fysieke symptomen veroorzaken zoals vermoeidheid, slaapstoornissen, hoofdpijn en andere
gezondheidsproblemen. Het is belangrijk om aandacht te besteden aan deze signalen en de nodige stappen te ondernemen om je fysieke gezondheid te behouden.
Sociale symptomen
Levend verlies kan ook leiden tot sociale isolatie. De beperkingen die gepaard gaan met een chronische ziekte kunnen ervoor zorgen dat je minder contact hebt met vrienden en familie, wat gevoelens van eenzaamheid kan versterken.
Zelf omgaan met levend verlies bij ziekte
Erken ook de negatieve gevoelens
Het is essentieel om je emoties te herkennen en te erkennen. Verdriet, boosheid, frustratie en verwarring zijn normale reacties op levend verlies. Geef jezelf de ruimte om deze gevoelens te ervaren zonder oordeel. Het kan helpen om je gevoelens te delen met een vertrouwde vriend, familielid of therapeut.
Zoek steun bij anderen
Het zoeken van steun is cruciaal. Praat met vrienden, familieleden of sluit je aan bij een steungroep voor mensen met chronische ziekten. Professionele hulp van een therapeut of counselor kan ook waardevol zijn bij het omarmen van je gevoelens en het vinden van manieren om met het verlies om te gaan.
Zelfzorg en mentale welzijn is belangrijk
Zelfzorg is belangrijk bij het omgaan met de voortdurende stress en uitdagingen van een chronische ziekte. Zorg voor voldoende rust, eet gezond en blijf fysiek actief binnen je mogelijkheden.
Ontspanningstechnieken zoals meditatie, yoga of ademhalingsoefeningen kunnen ook helpen om stress te verminderen en je emotionele welzijn te bevorderen.
Creëer nieuwe doelen en verwachtingen
Hoewel je oorspronkelijke dromen en plannen mogelijk zijn veranderd, is het belangrijk om nieuwe doelen en verwachtingen te creëren die passen bij je huidige situatie. Dit kan helpen om een gevoel van richting en voldoening te behouden. Focus op wat je nog steeds kunt doen en bereik samen nieuwe mijlpalen.
Koester de mooie momenten
Ondanks de uitdagingen zijn er vaak ook mooie en waardevolle momenten. Koester deze momenten en probeer ze bewust te beleven. Dit kan helpen om de zwaarte van het levend verlies te verlichten en een gevoel van dankbaarheid en vreugde te behouden.
Omgaan met de chronische ziekte van iemand anders
Wees empathisch en geduldig
Als iemand in je omgeving te maken heeft met een chronische ziekte, is het belangrijk om empathisch en geduldig te zijn. Begrijp dat zij door een ingewikkeld en emotioneel proces gaan en dat hun behoeften en gevoelens kunnen veranderen.
Bied praktische ondersteuning
Bied aan om praktische hulp te bieden, zoals het doen van boodschappen, koken of rijden naar doktersafspraken. Kleine gebaren van hulp kunnen een groot verschil maken in het dagelijks leven van iemand met een chronische ziekte.
Luister zonder oordeel
Soms is het belangrijkste wat je kunt doen gewoon luisteren. Laat de persoon praten over hun gevoelens en ervaringen zonder oordeel of ongevraagd advies te geven. Het bieden van een luisterend oor kan veel steun bieden.
Blijf in contact
Het is makkelijk om afstand te nemen als iemand ziek is, maar blijf regelmatig in contact. Stuur een berichtje, bel op of ga langs voor een bezoek. Jouw aanwezigheid en steun kunnen enorm waardevol zijn.
Zoek ook steun voor jezelf
Het ondersteunen van iemand met een chronische ziekte kan emotioneel belastend zijn. Zorg ervoor dat je ook steun zoekt voor jezelf, of dit nu bij vrienden, familie of een therapeut is. Het is belangrijk om je eigen welzijn te behouden, terwijl je voor een ander zorgt.
Lees over levend verlies in mijn boek: "Mensen met Lef"
In januari 2024 is mijn boek "Mensen met Lef, verhalen over levend verlies en veerkracht" verschenen bij uitgeverij Garant. Het boek bundelt levensverhalen van mensen die geconfronteerd zijn met levend verlies door chronische aandoeningen en biedt inzichten in hoe zij omgaan met deze voortdurende uitdagingen. Ontdek de kracht van veerkracht en hoop in deze inspirerende verhalen.
Jouw levensverhaal vastleggen
Bij Buro Ellis & Co komt jouw levensverhaal tot leven door de kracht van woorden op papier. Ik help je graag bij het vastleggen en vereeuwigen van jouw verhaal, zodat het kan worden doorgegeven aan jouw geliefden en toekomstige generaties. Samen brengen we jouw herinneringen, inzichten en emoties tot leven.
Ik ben Ellis Middelhuis, (ervarings) deskundige op het gebied van rouw en verlies. Ik schrijf levensverhalen en coach mensen die te maken hebben met verlies in hun leven. Voor informatie: www.ellisenco.nl . Benader mij gerust voor een gratis half uurtje kennismaking.



stuur door
website maken